Om bij stil te staan

Om bij stil te staan.

Als u bidt, ga in uw binnenkamer…

                                                                  Mattheus 6: 5 – 8

Stilte, was het eerste woord dat bij mij opkwam, denkend aan dit nieuwe jaar.
De scholen en bedrijven, de straten en de winkels vallen weer stil voor het overgrote deel.
Veel in ons leven valt opnieuw weer een aantal weken stil.
Hoe ga je om met die stilte? Wordt je er nerveus en onrustig van?
Want niets doen, dat kan toch eigenlijk niet?
Mis je de afleiding? Of vind je het juist wel fijn, even niets moeten.
Is het eigenlijk meer van hetzelfde, omdat het leven toch al zoveel rustiger is dan het weleens is geweest? Of een mengeling van allerlei?
Stilte doet veel met mensen. Soms wil je er wel gillend van wegrennen, soms verwelkom je haar.
Maar zeker met alle vragen en onzekerheden van dit moment zal stilte lang niet altijd prettig voelen.
Daarom is zo’n lock down ook soms best zwaar, voor iedereen.
Mentaal, psychisch, maar ook spiritueel. Want waar is als alles stilvalt iets van God te vinden?

Toch zegt Jezus hier in Mattheus voor niets dat je de stilte moet opzoeken om te kunnen bidden.
Zonder omhaal van woorden, zonder vertoon van vroomheid, alleen jij en God. In alle eenvoud en kwetsbaarheid.
Daar kan geloof en vertrouwen groeien.
Ook in ons geloof worden we misschien op dit moment wel even op onze basis teruggeworpen.
Een digitale kerkdienst is fijn als alternatief, en wat ben ik dankbaar voor de mensen die zich maar weer blijven inzetten om dat mogelijk te maken!
Maar uiteindelijk is op dit moment de grote vraag hoe ik zelf, thuis, op mijn manier, blijf zoeken naar verbinding met de Ene.
En dat is een uitdaging.
Want stilte met God uithouden is niet eenvoudig.
Dat wisten de oude woestijnvaders al.
Je zult eerst het rumoer in jezelf moeten aankijken en daar mee moeten omgaan.
Je zult het moeten uithouden met: er gebeurt niets. Verwachtingen moeten loslaten.
Zodat in die stilte God de ruimte krijgt om te spreken.
Misschien wel een mooie uitdaging om die stilte die ons wordt zo aan het begin van het jaar juist te gebruiken om dichter bij onszelf en dichter bij God te komen. Misschien worden we in die stilte wel aangespoord om bewustere keuzes te maken in het komende jaar.
Wat is werkelijk belangrijk?
Wat geeft mijn leven werkelijk kleur en zin, los van alle franje?
Wat zou ik komend jaar anders willen, als we de draad weer kunnen oppakken?
Ik wens u allen toe dat de stilte die nu noodgedwongen op ons pad komt dwars door alles heen tot heilzame stilte mag worden.
Voor uzelf, voor ons als gemeenschap, als samenleving, als wereld.

Om bij stil te staan

                                                   Om bij stil te staan

                Over engelen en mensen, en engelen van mensen

De kerstverhalen staan bol van de engelen.
Zo zou Zacharias een engel hebben gezien, en Maria.
Jozef en de wijzen dromen van engelen.
En de herders zien zelfs een heel engelenkoor.
Er wordt ons eigenlijk weinig verteld over hoe ze eruitzien.
Alleen dat er een enorm helder licht om hen heen is. Zo helder dat mensen ervan schrikken.
En dus eigenlijk ook niet goed kunnen kijken.
Een lichtende gestalte en een stem.
Met een boodschap.

Als je mensen vraagt of ze weleens een engel hebben ontmoet, dan vertellen ze vaak een verhaal over een engel van een mens.
Iemand die ze heeft gered. Iemand die op het juiste moment voor je deur staat of belt.
Van die momenten die meer dan toevallig zijn.
Van die bijzondere wonderlijke verhalen.
Dat zijn momenten dat we elkaar boven het dagelijkse uittillen en een knipoog van Gods liefde kunnen zijn voor elkaar.
In de brief aan de Hebreeën worden we zelfs opgeroepen om gastvrijheid te bewaren.
Want, zo staat er dan in hoofdstuk 13, zo hebben sommigen zonder het te weten engelen gehuisvest.
Zeker in deze tijd dat we meer dan anders een warm gebaar kunnen gebruiken een mooie associatie.
Engelen van mensen. We kunnen het voor elkaar zijn.
Maar het beeld gaat toch niet helemaal op, als we naar de engelen in het kerstverhaal kijken.

Het gaat in de Bijbel namelijk vooral om wat die engel komt zeggen, en minder om wat de engel doet.
Een engel is in de Bijbelse verhalen altijd een boodschapper.
Iemand die je iets te zeggen heeft van Godswege.
Een belofte, of een waarschuwing. Of een bemoediging.
Wie weet komt er toch vaker een engel op mijn pad dan ik denk.. in een gesprek, in iets dat ik lees, misschien wel iets dat binnen in me opkomt.
Zo de verhalen lezend ga ik voortaan toch nog iets zorgvuldiger proberen te luisteren….

Om bij stil te staan

Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet

Jakobus 5: 16

Een collega vertelt dat iemand in een persoonlijk gesprek vroeg om te bidden of corona maar weg kon gaan.
Het voorbeeld roept een aardige discussie op onder de collega predikanten, kunt u zich wel voorstellen.
De één zou hier uit respect voor de overtuiging van de pastorant gehoor aan geven, de ander zou toch ook liever bij zichzelf blijven en het gebed ombuigen tot een gebed om kracht voor ieder in de huidige moeilijke situatie.

Op internet gaat een initiatief rond om te bidden voor Rutte in plaats van te discussiëren of de maatregelen die hij en de zijnen nemen al dan niet juist zijn.
De man heeft geen kritiek, maar gebed nodig om zijn bizar moeilijke taak van dit moment te vervullen, is de gedachte erachter.

Beide berichten bracht me weer eens tot nadenken over wat bidden is.
Juist in deze tijd van onzekerheid en vragen komt dat thema weer boven. We willen wel bidden, maar hoe dan?
Heeft het wel zin? Er lijkt al een hele tijd zo weinig te veranderen. En dan hebben we het nog alleen over de zorgen die corona brengt.
Er is zoveel gaande als je er oog voor hebt. Zit de Eeuwige te slapen terwijl wereldwijd de IC’s weer volstromen?
Of kan God er ook niets aan doen en heeft bidden dan niet zo veel zin?
Of heb ik zelf dan iets niet goed gedaan dat mijn hartenkreet niet lijkt te worden gehoord?

Al die vragen komen eigenlijk neer op die ene vraag  die er aan vooraf gaat: wat verwacht ik eigenlijk van God als ik bid?
In de brief van Jakobus, staat mooi verwoord: Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet (Jakobus 5: 16).
Maar wat is dan die kracht van gebed? Dat heeft natuurlijk weer te maken met hoe je naar God kijkt.

Ik ga als mens niet te bidden om God op andere gedachten te brengen.
Het zou wel erg hoogmoedig zijn om dat te denken en het zou van God een marionet van onze menselijke wensen en verlangens maken.
Een iets te menselijk gedachte God ook wat mij betreft.
Nee, ik als mens heb het nodig om te bidden. Ik wil mijn zorgen en blijdschap en verlangens delen. Ik bid om me te verbinden met Zijn liefde. Bidden verandert niet de situatie als bij toverslag, maar gebed verandert mij wel.
En daarmee verandert het mijn kijk op en mijn omgaan met wat er is.
En dat verandert de dingen wel degelijk. De Geest die in ons bidt met woordeloze zuchten, zoals Paulus zo mooi zegt in zijn brief aan de gemeente in Rome, brengt zo wonderen tot stand.
Al biddend krijg ik weer meer oog voor het wonder dat er in deze gebroken wereld ook is.
Daarom bid ik.
Juist nu bid ik. Om rust en ruimte, om geduld en om geloof en goede moed.
En ja, ook ik spreek mijn hoop en verlangen uit dat alle zorgen en angst en ziek en zeer van dit moment een einde mogen hebben.
Maar wel als mijn menselijke verlangen.
Als hartenkreet.
Ik bid zodat ik gesterkt met de kracht van de Ene, het mijne kan doen om de angst en de zorgen in mij en om mij heen een beetje lichter te maken.
Ik bid om zo een schakeltje in het geheel van Gods rijk te zijn.
Ja, bidden doet veel. Ik kan niet zonder.

Om bij stil te staan

Om bij stil te staan: Een opmerkzame geest.

We zijn weer opnieuw in de ban van testen en persconferenties met maatregelen.
Die anderhalve meter blijkt nogal eens lastig vol te houden.
Zelfs voor minister Grappenhaus zelf. We worden gevraagd te blijven opletten.
Ik ontmoet veel mensen die nog steeds of opnieuw heel voorzichtig zijn. En logisch ook.
Anderen zijn het zat en willen weer zo snel mogelijk terug naar de vaste routine.
En het is te snappen. Routine is veilig. Routine is vertrouwd.
Wachten en leven met restricties is te doen als je weet hoelang.
En dat weten we nu net niet, dat maakt het zo lastig.
Zo’n virus is bovendien onzichtbaar. Ongrijpbaar.
En daarom ook niet goed te vatten. Dat je zomaar zoiets kan krijgen. Dat een mens zo kwetsbaar is.
Je wilt het als mens niet weten eigenlijk. En je kunt er nu niet omheen.

Ook de miljoenennota was dit jaar anders dan anders.
Geen hoedjesparade en rijtoer.
Geen verhitte debatten ook dit keer, meer een gevoel van: we moeten Nederland met elkaar wel door deze situatie heen gaan loodsen.
Uiteraard met een kritische blik als het gaat om hoe dat dan zou moeten, dat wel. En dat hoort bij onze democratie.

Uit je vaste routine gegooid worden geeft zo ook kansen en nieuwe creativiteit.
Je bewust zijn van je kwetsbaarheid geeft ook een andere kijk op jezelf en op je leven.
Het geeft ook dat je dingen gaat herwaarderen en herijken voor jezelf.
Heel veel blijkt in eens minder belangrijk, of juist belangrijker dan je dacht als je er over nadenkt.
Je blik wordt misschien wel wat scherper. Je gaat als het ware beter onderscheiden waar het echt op aankomt.

Het riep bij mij het verhaal op van koning Salomo, die als hij nog niet zo lang koning is, ’s avonds in zijn bed ligt en zich ineens realiseert welke taak hem wacht.
Hij vraagt de Eeuwige om een opmerkzame geest.
Om te kunnen onderscheiden wat goed en fout is, wat recht en wat krom is.

Om bij stil te staan

Ik ben op dit moment de oorlogsdagboeken van Etty Hillesum aan het lezen.
En een mooi fragment wil ik u daarvan niet 
onthouden:

“ Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan

van te voren nergens voor instaan. Maar dit ene wordt me steeds
duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten
helpen en door dat laatste helpen wij ook onszelf. En dat is het
enige dat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige waar
het op aankomt: een stukje van jou in onszelf God. ”

Het raakt me, hoe ze met alle grote vragen die het leven haar opdat moment stelt
serieus om wil gaan  en daar heel bewust ook 
God in betrekt.
Haast als vanzelfsprekend is God in haar en om 
haar heen. En toch ook weer niet.
Want ze worstelt vaak genoeg 
met alles wat er op haar afkomt.
Door haar ervaringen groeit ze 
naar een eigen antwoord op de grote vraag: hoe kan God dit allemaal toelaten?
Ze komt gaandeweg op het spoor van een 
innerlijke vrede die haar verdere weg bij haar blijft, in alle omstandigheden.
Ze maakt bewust ruimte voor de 
tegenstellingen in dit leven.
Zo kan de honger er zijn naast de 
bloeiende jasmijn, en kan de oorlog er zijn, maar ook haar Godservaring.
Maar ze is alles behalve zweverig.
Mystiek, schrijft 
ze, moet rusten op kristalheldere eerlijkheid.
Ze beseft dat ze 
zelf verantwoordelijk is om het beeld van God in zichzelf te bewaren, om haar liefde voor anderen in zichzelf te bewaren.
Geloof zie ik bij haar als een actief proces, een leer en wordingsproces.
Het is niet iets dat je overkomt of niet, maar een 
groeiproces waar je zelf ook actief in bent.
Ik zal je helpen God, 
dat je het niet in mij begeeft…
Ik word stil van de kracht die er in 
haar situatie van die woorden uitgaat.
Dat ook ieder van ons 
zuinig weet te zijn op dat stukje van God in ons en om ons heen.

Om bij stil te staan

Het is niet goed dat de mens alleen is, sprak de Heer. Ik zal een hulp zoeken die bij hem past
Genesis 2: 18

Deze gekke tussenfase van versoepeling van de coronaregels doet me veel nadenken over de waarde van elkaar ontmoeten.
En dan niet via zoom of de telefoon, niet even op anderhalve meter op straat. Maar werkelijk.
Wat is daar een verlangen naar. En niet alleen bij ouderen in instellingen of mensen die alleen wonen.
Ook in huis bij stellen en gezinnen, bij kinderen, bij studenten. We hebben allemaal, jonger en ouder, ontmoeting met de ander nodig.
Tijd voor gesprek, voor samen dingen beleven, kortom samen het leven delen. Wat is dat broodnodig voor een waardevolle dag, voor een waardevol leven.
Want in die ander ontmoeten we de Eeuwige.
Een mens is niet bedoeld om alleen te zijn, lezen we al in het eerste boek van de Bijbel. En daar was een partner, een maatje.
En die ontmoeting kunnen we op heel veel verschillende manieren ervaren. In een partnerrelatie, maar ook in een gezin, in een vriendschap.
De kern is in welke vorm dan ook: jij bent een mens als ik, maar toch anders. Beeld van God. Zo verschillend als we zijn.
Ik denk dan ook aan alle protesten op dit moment tegen discriminatie en racisme. Echt ontmoeten is daar waar mensen verschillen erkennen en tegelijk een gezamenlijke grond vinden.
Een mens is niet bedoeld om alleen te zijn. Alleen redden we het niet.
Dat is in de afgelopen maanden eens te meer gebleken. Het is ook die ontmoeting die we zoeken als we samen kerk zijn.
Dat zit hem niet in dat kopje koffie of in het lied dat je wel of niet meezingt. Maar of we met elkaar werkelijk iets wezenlijks delen.
Het is wennen, om elkaar voorzichtig weer te ontmoeten.
Maar ik hoop dat we zo stap voor stap weer bij elkaar op adem mogen komen.

Om bij stil te staan

Een hele discussie brandde er natuurlijk onder de collega’s los toen 14 mei de protocollen vanuit de landelijke kerk voor de komende maanden bekend werden.
Wat moeten we als plaatselijke kerk met regels vanuit een landelijke kerk, brieste de één.
Fijn dat we handreikingen krijgen, schreef direct een ander.
Een ander werd creatief en bedacht een manier om op anderhalve meter toch te kunnen dopen.
Het maakte wat los.
Wat waren mensen soms geraakt in hun eigen beslissingsvrijheid en wat waren mensen teleurgesteld dat er veel van wat we van waarde vinden op dit moment nog niet kan of anders gaat dan anders.
Mensen trokken van leer over de scheiding van kerk en staat.
Weer een ander was wellicht wel wat erg volgzaam en voorzichtig. En van alles ertussenin natuurlijk.
Ik volgde het zelf met enige verbazing.
Al snel gaat het in zo’n discussie om de lettertjes, en niet meer om de intentie van de handreikingen: zo zorgvuldig mogelijk omgaan met elkaar zodat we allemaal zo gezond mogelijk blijven.
Juist uit naastenliefde, zou ik zeggen.
En ja het is een gek gedoe, die anderhalve meterkerk en we zullen er allemaal aan moeten wennen.
Maar ik ben blij dat we elkaar weer kunnen ontmoeten, al is het op de anderhalve meter.
Deze weken gaat het, dat kan haast geen toeval zijn, in de lezingen uit Mattheüs over navolging.
Wat betekent het om als volgeling van Jezus je weg in de wereld te zoeken? Welke richtlijnen krijgen we in het evangelie mee en hoe gaan we daarmee om?
Navolgen betekent niet zomaar zonder zelf te denken achter iets of iemand aanlopen.
Wat dat betreft zullen we het evangelie telkens weer concreet moeten vertalen naar onszelf.
Net zoals de regels in de anderhalve metersamenleving.
Maar we krijgen wel een duidelijke richting gewezen. Uit liefde.

Om bij stil te staan

Vrede is het tegendeel van zekerheid
                                                            D. Bonhoeffer

Dit citaat van Bonhoeffer raakte me juist nu. Want zekerheid hebben we op het moment nu net niet op veel punten.
Het is een onzekere tijd voor onze hele wereld. Wordt ons leven daarmee vrediger?
Mijn eerste neiging was: nou nee. We zitten binnen, we zijn beperkt in ons doen en laten. Ons leven ligt meer aan banden dan we ooit konden denken.
Dat geeft eerder spanning dan dat het rust geeft.
En over vrede gesproken: ook het gedenken en vieren van 75 jaar vrijheid is zo anders dan gedacht.
We leven in vrede, maar we voeren ondertussen een andere strijd.
En toch is het goed om met elkaar juist nu te beseffen hoe gezegend we zijn dat we als landen wel in vrede met elkaar de crisis het hoofd kunnen bieden.
Ja, de discussies lopen af en toe op.
De meningen zijn vaak allesbehalve eensluidend omdat de situatie gewoonweg ingewikkeld is.
Maar we zoeken met elkaar een weg en dat is op deze grote schaal beslist uniek.
De hele situatie waarin we zitten doet ons weer anders kijken naar onszelf als wereldburgers.

We gaan ook anders kijken naar wat vrijheid is.
Vanuit onze redelijke opgesloten situatie in onze huizen blijkt vrijheid vooral te maken te hebben met hoe je met een situatie omgaat. We vinden andere wegen. Veel gaat door, maar anders. Contact gaat door, misschien wel meer dan anders zelfs, maar op een andere manier.
Is vrijheid dat je als mens ongeremd kunt doen waar je zin in hebt? Of is vrijheid toch iets anders. Meer een manier van omgang vinden met mens en wereld die onszelf en de ander goed doet en ruimte biedt.
Wat zou het mooi zijn als we daarin, door de crisis heen, stappen zouden kunnen zetten met elkaar.
Volgens Dietrich Bonhoeffer heeft vrijheid 2 pijlers: verantwoordelijkheid en gehoorzaamheid.
Dat is toch heel wat anders dan doen wat je wilt.

Het tegenstrijdige is volgens hem dat juist vrijheid groeit als we allemaal onze verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en aan de richtlijnen van de geboden gehoorzamen.
Bonhoeffer ontdekte in zijn cel dat vrijheid binnen in je zit. En misschien is dat wat we vandaag ook van hem kunnen leren. Ook in quarantaine kun je vrij zijn.
Door juist te accepteren dat er niet veel zeker is en daarmee de ruimte maken in jezelf om de grip op je leven los te laten en te leven in het moment. Juist door je verantwoordelijkheid te nemen en je aan de richtlijnen te houden scheppen we ruimte.
Voor onszelf en de ander.

Ds. Laura Nagelkerke

Lied ter bemoediging

Blijf met uw genade bij ons..
Op deze woensdag in de Goede Week weer een lied ter bemoediging.
Een gezongen gebed om Gods barmhartige nabijheid. Jezus zelf is daar een tastbaar menselijk voorbeeld van.
Hij blijft nabij waar anderen niet meer kunnen of willen volgen. Gaat mee door dood en donker heen.
Dat u dat deze dagen mag ervaren.

Lied ter bemoediging

Bemoediging

Waken en bidden

Deze week worden we stil. Stiller dan andere jaren.
Maar misschien is het in uw hoofd wel drukker dan anders. Van alles dat anders is, van zorgen en emoties.
Wat kunnen we voor elkaar doen?
De stilte zoeken, zoals Jezus dat deed als hij geloof en vertrouwen nodig had.
Waken en bidden.. onderstaand lied uit Taizé nodigt ons daartoe uit.


https://youtu.be/7eE6mtqFHuw