Over het avondmaal

Over het avondmaal: Liefde vieren in taal en teken.

We kunnen en mogen op 7 november weer avondmaal vieren met elkaar.
Ik kijk er persoonlijk naar uit om ook op die manier onze verbondenheid met Christus en met elkaar weer te ervaren.
Wat was het vreemd om met Witte Donderdag avondmaal te vieren in een zo goed als lege kerk.
Zo besef je met elkaar weer eens hoe waardevol rituelen eigenlijk zijn.
Je kunt het niet alleen met woorden af, geloof beleef je met hart, mond en handen.
Het zal natuurlijk nog wel iets anders gaan dan anders, maar we hopen als kerkenraad dat we zo toch aan de beleving van het avondmaal zoveel mogelijk ruimte geven binnen de grenzen die we op dit moment hebben.
Ik wil u vragen met het naar voren lopen rekening te houden met elkaar.
Geef elkaar de ruimte, is het devies van de landelijke kerk. Laten we dat doen.
We zullen brood niet aanreiken met de hand, maar met een tang.
Er staat voor ieder een klein bekertje wijn. U wordt door de diaken uitgenodigd dit zelf te pakken.
Ik ben blij dat we zo met elkaar weer in taal en teken Gods liefde mogen vieren en delen.

Misschien goed om nog even met elkaar stil te staan bij de nodiging zelf.
Formeel is het in de kerkorde zo dat mensen die ooit gedoopt zijn of in eigen kerkgemeenschap mee mogen vieren, mogen meedoen met het avondmaal.
Dit geldt voor jong en oud.
Kinderen zijn bij ons op grond van het geloof van hun ouders welkom om mee te vieren, hebben we een aantal jaren terug al met elkaar besproken.
Ik ga er dan vanuit dat die ouders aan hun kind thuis ook uitleggen wat we dan vieren.
In het traject van de Minivaart zit regelmatig een keer een stukje uitleg over het avondmaal.
Dus de kinderen die bij ons vertrouwd zijn weten wat ze doen als ze meevieren. En die kinderen zijn ook gedoopt.
Maar er zijn natuurlijk ook weleens gasten in ons midden.
En wat doe je dan, als je gastvrije gemeente wilt zijn?
We hebben daar met elkaar als pastorale ouderlingen en als kerkenraad over gesproken. Uitgebreid.
In het geval van volwassenen vinden we dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid hierin hebben. En ik zie ook dat mensen die nemen.
In het geval van kinderen kan ik me voorstellen dat ouders of grootouders daar met hun ( klein)kinderen van tevoren over spreken en samen een keuze maken of ze wel of niet mee vieren.
En wat als een kind dan, al is het niet gedoopt, zelf zegt dat hij of zij toch een oprecht verlangen heeft om mee te vieren?
Ik zou het fijn vinden als betreffende ouders / grootouders daar dan voor de dienst met mij over spreken.
Elk kind is anders, elke situatie is anders. Dan kunnen we samen een goede afweging maken.

En ik zou het fijn vinden als u als gemeente het vertrouwen in elkaar zou hebben dat ook kinderen die bij ons te gast zijn niet ‘zomaar even’ mee vieren met de dienst van Schrift en Tafel.
Want daar kunt u echt van op aan.
Daarvoor is het avondmaal ons allen dierbaar en kostbaar genoeg.

Ik kijk er naar uit weer samen Christus’ liefde te vieren en te delen,

Ds. Laura Nagelkerke.

Om bij stil te staan oktober

Er is een hoop te doen om de nieuwe maatregelen en versoepelingen nu aan de ene kant een groot deel van de mensen is gevaccineerd en aan de andere kant de herfst nadert.
Met het nodige rumoer werd het einde van de anderhalve meter samenleving afgekondigd.
Maar tegelijk ook de introductie van het coronapaspoort in ons dagelijkse straatbeeld.
Ik merkte dat ik er even onrustig van werd. Ook onder collega’s werd er al druk uitgewisseld.
Want wat betekent dat weer voor ons als kerk?
Wat krijgen we voor adviezen en hoe gaan we daar vervolgens met elkaar mee om in onze gemeente?
Wat staat ons dit najaar nu weer te wachten?
Maar toen dat gevoel van onrust was geland, kwam bij mij een stuk nuchterheid binnen. Het komt hoe dan ook wel goed.
We mogen binnen de handreikingen die we krijgen onze eigen koers varen. Gelukkig maar.
Bij mij kwam afgelopen periode steeds vaker de tekst boven uit 1 Johannes 4: 18: De liefde laat geen ruimte voor angst, volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

Welke mening of visie je ook bent toegedaan als het gaat om corona en alle maatregelen, angst is altijd een slechte raadgever.
Reële zorgen onder ogen zien is wat anders. Dat is een goede zaak.
Zorgen heb je soms, en ze zijn vaak ook terecht, maar angst heeft jou!
Er wordt naar mijn mening op het moment te weinig vanuit liefde en zorg voor elkaar en te veel vanuit angst gereageerd.
Angst om ernstig ziek te worden, angst voor de maatregelen en de gevolgen, angst voor de ander die misschien wel besmettelijk is.
Angst voor de vaccinatie. Angst vervreemdt, liefde verbindt.
Ik wil me graag door liefde laten leiden.
Uit liefde ook elkaar de ruimte geven (soms nog steeds letterlijk en figuurlijk misschien).
Maar laten we vooral zoveel mogelijk de verbondenheid met elkaar zoeken.
Want waar liefde is, krijgt angst geen ruimte.

Om bij stil te staan september

Uw koninkrijk kome…. Mattheus 5: 7 t/m 13

Dit keer staat bij de startzondag het Onze Vader centraal.
Want, aldus de info die ons door de landelijke kerk wordt aangereikt, voor we met elkaar na deze gekke periode weer in de doestand vliegen, is het goed om stil te staan en ons bewust met God te verbinden.
Er zijn, zeker na de afgelopen tijd, zorgen over de toekomst, in ons eigen leven, in ons land, in de wereld. Maar ook in de kerk.
Hoe zal het dit seizoen gaan? Weten we elkaar weer te vinden?
Wat en wellicht wie zijn we onderweg misschien kwijtgeraakt in de afgelopen periode?
Wat hebben we misschien geleerd en juist gevonden of opnieuw ontdekt?
Wat betekent het dan om te zeggen: Uw koninkrijk kome?
Is dat een uiting van machteloosheid tegenover alles wat er om ons heen gebeurt?
Zo klinkt het haast als in het beroemde gedicht van Gerard Reve: Dat koninkrijk van U God, komt daar nog wat van?
Of spreken we juist een stukje vertrouwen uit dat we hoe dan ook met Gods geestkracht en liefde wel een weg zullen vinden.
Als mens, als land, als wereld, als kerk.
Schoorvoetend kwamen we afgelopen weken weer in beweging.
Het gaf bij velen een gevoel van opluchting en ruimte. Maar soms ook spanning en onwennigheid.
We moeten er als het ware allemaal weer een beetje inkomen.
En dan is het goed om daar even de tijd voor te nemen. Om met aandacht weer op weg te gaan.
En met hoop, goede moed en vertrouwen. We beginnen niet uit het niets, we zijn als mensen met elkaar allang op weg in deze wereld.
We zijn al eeuwen onderweg als kerk.
Dat rijk van God waar we om bidden, dat wordt om ons heen al zichtbaar in onze wereld voor wie er oog voor heeft.
Daarom kozen we als startcommissie als thema: de toekomst is al gaande.

Ik hoop dat we er ook komend seizoen tekenen van zullen kunnen ontdekken met elkaar!

Om bij stil te staan in de zomer

Eén van de dingen die we deden met mijn nascholing predikant in het dorp was contextueel bijbellezen.
Dat is zoveel als vanuit een stukje van je situatie nu kijken wat er uit een bijbeltekst oplicht voor jouw situatie.
In dit geval dus het dorp waar je predikant bent en de vragen die daar spelen.
Ik neem u even mee naar een van de teksten die langskwamen. Ook om u te laten zien wat die manier van lezen kan doen voor je bijbellezen.

Zo waren er dorpen waar veel discussies speelde tussen natuurmonumenten of bedrijven en de plaatselijke boeren.
Je begint dan met die situatie te verkennen.
Dan ga je samen associëren aan welk bijbelverhaal of welke bijbeltekst je die vragen doet denken.
Dat riep in dit geval de associatie op met 1 koningen 21: 1-29. Het verhaal van de wijngaard van Nabot.
Eerst duik je in het verhaal. Wat gebeurt er hier?
Dan stel je de vraag wat de tekst je zegt voor je eigen situatie. En welke opdracht, waarschuwing, bemoediging of belofte er ook in ligt voor jouw situatie.
Zo kwamen de verhalen boven over onteigeningen bij boeren. De verbondenheid, vaak generaties lang, met bedrijf en grond.
De verhalen over de gaswinning in Groningen en wat dat met de mensen doet die er wonen.
De discussie over wat rechtvaardige compensatie is. Wat goed en zorgvuldig omgaan met de schepping.
Maar ook de bemoediging en de hoop dat de Achabs van deze wereld ter verantwoording worden geroepen en tot inzicht komen.
Zo wordt zo’n eeuwenoude tekst ineens uiterst actueel door hem met de lens van je eigen context te gaan lezen.
Met oog voor zorgvuldig omgaan met de tekst zelf uiteraard, want het is niet de bedoeling dat die gaat ’buikspreken’ voor jouw eigen persoonlijke mening.
Maar bij het lezen klinkt zo wel je eigen verhaal er in mee.
Zo breng je je eigen verhaal en het bijbelverhaal op een mooie manier met elkaar in gesprek.
Boeiende inzichten riep het op!

Om bij stil te staan (juni)

Ooit was ik op studiereis in Israël. En als mij daar een ding is opgevallen is het wel hoe intens politiek en geloof daar met elkaar verweven zijn.
Terwijl ik dit schrijf, laait de spanning in Israël en Gaza al een tijdje weer flink op.
En gaan er weer allerlei meningen rond over wat er daar zou moeten gebeuren om het geweld te stopen. Vaak behoorlijk stevige meningen.
Ik denk niet dat we als christenen in Nederland de ins en outs van de situatie daar ter plekke werkelijk kennen. Maar het houdt me wel bezig.
Zo lang al en zo heftig is daar het geweld over en weer. Geloof en politiek zijn daar zo innig verstrengeld.
Zoveel pijn en woede en verdriet over en weer. Zoveel jaren van trauma.
Hoe kom je ooit uit zo’n ingewikkelde wirwar?
En dan doet het des te meer zeer omdat geloof er zo’n grote rol speelt en ik me als christen ook verbonden voel met de plek en met de andere twee leden van de “familie van Abraham”.

De wortels van onze traditie liggen in de Thora. Jezus was een joodse rabbi.
Maar tegelijk is de verhouding tussen jodendom en christendom altijd een spanningsvolle geweest.
En niet zonder reden.
De fundamentalistische kant van de islam, de jongere broer van onze geloofsfamilie, vervult met afschuw.
Het maakt het soms niet gemakkelijk om de meer genuanceerde en verzoeningsgezinde stemmen te horen.
Die zijn er zeker ook, maar ze klinken vaak minder luid en krijgen zeker minder aandacht.
Een conflict ver weg, komt ook zomaar dichterbij dan we denken.
Ik hoor en lees uit de joodse gemeenschap in Nederland de oproep om groeiend antisemitisme aan te pakken in onze eigen samenleving.
Ik zie hoe in onze samenleving de islam over een kam wordt geschoren, ten koste van zoveel mensen die het goede met onze samenleving voor hebben.
En dat heeft alles te maken met de verhouding binnen de familie Abraham wereldwijd en de geschiedenis die we met elkaar tot nu toe achter de rug hebben.

Wij westerlingen, wij christenen, kunnen de politieke situatie daar in het midden oosten natuurlijk niet zomaar oplossen.
Maar we kunnen wel alert zijn in onze eigen omgeving op elke vorm van onverdraagzaamheid en framing.
Ervoor blijven waken dat godsdienst geen voertuig wordt voor machtsvertoon en eigen gelijk.
Karikaturen en vooroordelen proberen door te prikken door elkaar werkelijk te ontmoeten.
Pijn en onbegrip benoemen en vreugde en inspiratie delen. Juist als je je als christen verbonden voelt met die twee tradities die hun kern in dezelfde oorsprong hebben en als het ware familie zijn, ligt daar denk ik een taak.
Gewoon in het klein, op de plek waar wij zijn. Want wat je (positieve) aandacht geeft groeit….

Om bij stil te staan (mei)

Plotseling was er iets als een windvlaag, die heel het huis vulde…
                                                                              Handelingen 2: 2

We gaan op weg naar Pinksteren, het feest van de Geest.
Eerlijk gezegd, ik merk dat veel mensen op het moment erg moeten zoeken naar een vlaagje van de Geest.
Inspiratie en geestkracht. Hoop.
We zitten wel een beetje op haar te wachten eigenlijk. Op die Geest van Pinksteren.
We hebben in ons leven en ook in onze gemeente wel weer wat geestkracht en perspectief nodig. Hard nodig.
En één ding is dan soms zo jammer: Ze laat zich niet dwingen, ze gaat haar eigen weg.

Er wordt ons in Handelingen verteld hoe de Geest plotseling als een windvlaag het huis binnenwaait waar de leerlingen samen zijn en het hele huis vult.
Gods Geest overkomt ons. Zomaar.
Dat roept de vraag op hoe we met elkaar die ruimte kunnen scheppen waar de Geest ons kan overkomen.
Het verhaal van Pinksteren vertelt: De geest waait daar waar mensen samen delen en met elkaar een zo een sfeer scheppen waarin er iets kan veranderen en in beweging kan komen.
Waar een mens zijn/haar eigen ik overstijgt in verbondenheid met anderen en met de Eeuwige kan er iets gebeuren en veranderen.
Ruimte maken voor de Geest vraagt openheid.
Vraagt dat we onze eigen ideeën over wat er zou moeten gebeuren weten los te laten en goed kijken naar waar het wil vonken.

De leerlingen gaan de angst voorbij die hen gevangen houdt.
Ze hebben de deuren en de ramen stevig op slot gedaan, want ze zijn bang. Jezus was gevangen genomen en gedood.
Wat zou er wel niet met zijn vrienden kunnen gebeuren?
Zo zitten ze bij elkaar. Wat maakt dat dat omkeert in hoop en nieuwe moed?
Want dat zou ook ons vandaag wel kunnen helpen om hoop en inspiratie te vinden.
Wat gebeurt er eigenlijk werkelijk als je even alle symboliek probeert terug te brengen tot de kern?

Ik zag de Geest zomaar in de glimlach op de gezichten van mensen die lekker buiten waren op één van de eerste zonnige dagen.
Ik zie haar in de liefdevolle mantelzorger die even uitblaast op een bankje bij de winkels.
Ik zie haar in de ondernemer die creatief zijn onderneming ombuigt en nieuwe wegen vindt.
Ik zie haar in de onvermoeibare inzet van mensen in de kerk om ook nu kerk te zijn en te blijven.
Ik zie ze en ik weet vanbinnen: ja, ze is er, de Geest van hoop!

 

Om bij stil te staan (april)

Mijn gedachten gaan een jaar terug.
Vorig jaar om deze tijd, waren we allemaal behoorlijk in rep en roer. De kerken dicht, iedereen thuis.
Een ongekende situatie.
Ondertussen zijn we een jaar verder. Wat duurt het allemaal lang.
Ik vroeg me zomaar af: hoe heb jij, hoe heeft u afgelopen jaar inspiratie en geloof gezocht en gevonden om het vol te houden?
Sommigen vertellen dat ze erg blij zijn met de digitale diensten thuis op de bank met een kopje koffie erbij.
Anderen missen juist het samen zijn met anderen en vinden hun inspiratie echt niet online.
Sommigen hebben het te druk met alles wat er gaande is om überhaupt een moment voor rust en bezinning te vinden.
Maakt het afgelopen jaar verschil voor ons geloof?
Daar dacht ik zomaar over na, zo weer op weg naar een digitale Pasen.

In het afgelopen jaar kwamen er veel inhoudelijke geloofs- en levensvragen op ons af.
Over het omgaan met de schepping en wat er leeft.
Over een economie van genoeg, en wat we daarvoor over hebben.
Over waardig leven, en wat dat eigenlijk is vanuit het besef dat we allemaal een mens naar Gods beeld zijn.
Over samen leven in verscheidenheid.
Ten diepste stelde het afgelopen jaar ons de vraag wat nu werkelijk zin aan ons leven geeft.
Vragen die er allemaal al waren, maar nu ineens acuut en relevant werden door de situatie waarin we nu al zo lang zitten.

En dan valt in deze weken in onze kerk het Licht van Pasen over al die vragen die er afgelopen jaar met ons mee gingen.
Er klinken woorden over opstaan en leven, weerwoorden tegen alle dorheid en somberheid.
Weer klinkt dat eeuwenoude verhaal van Gods grenzeloze liefde, dwars tegen alle destructieve krachten in.
En ja, ik geloof er in dat het kan. Ik vier voluit Pasen dit jaar. Anders dan anders, dat wel.
Maar voluit en met heel mijn hart.
Juist nu. Want ik heb haar nodig, die belofte dat leven altijd sterker is en liefde en barmhartigheid het laatste woord hebben.

Om bij stil te staan (maart)

“Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan,
want ze waren bevangen door angst en schrik”.

                                                                  Marcus 16: 8

Terwijl ik dit schrijf smelt de sneeuw weer weg en komt het groen weer langzaam tevoorschijn.
Hoe we Pasen kunnen vieren weet ik nu nog niet.
Pas na het verschijnen van dit blad is er weer een persconferentie waarin we hopelijk weer wat meer zullen horen over de weg vooruit.
Maar zoveel weten we wel: Pasen zal in ieder geval nog anders zijn dan anders.
Toch kijk ik juist nu naar Pasen uit. Want Pasen staat voor mij voor hoop en toekomst en voor perspectief.
Voluit het leven kunnen vieren met al het moois dat er bij hoort.
Die hoop, daar kunnen we niet zonder.
Dus ja, ook dit jaar, juist dit jaar, vier ik graag met u en jullie allen van harte Pasen.

Toch is het wonder van Pasen ook weerbarstig.
De weg die Jezus gaat, ontvouwt zich niet zomaar.
Marcus, de evangelist die met zijn verhaal het dichtst bij de historische feiten staat, vertelt op zo’n manier van paasmorgen, dat dat ook echt voelbaar wordt.
De vrouwen bij het graf schrikken zich die ochtend een ongeluk als ze het lege graf zien en rennen in paniek naar de rest van de leerlingen.
Een latere redacteur heeft bedacht dat het verhaal zo toch niet kon eindigen en heeft nog een slot geschreven.
Maar die schrik van de vrouwen is dus de eerste pure reactie die Marcus ons beschrijft.
En ergens logisch. We zijn gewend aan het eindige perspectief van ons aardse tijdelijke bestaan.
Wat je dan menselijkerwijs bedenken kan bij dat lege graf is grafroof. Logisch die paniek.
Ze kijken de leegheid en het definitieve van afscheid recht in de ogen. Maar dan keert het perspectief zich.
Wat definitief afscheid leek, blijkt een nieuw begin.
Voor wie gelooft, is het laatste woord niet aan dood en donker.
Maar aan licht en leven.